Salon
#12 ´Creeks in the Spirit´ door Kenneth Hope.
Foto's
Aanwezigen: Gertruud
Keetman, Anne, Jeroen Evers, Henny van Varik, Remco, Claudia,
Sam Middleton, Hansje, Jan Reus, Ineke, Paul, Serge, Wilma en
Kenneth Hope.
Zaterdag 18 april 2009,
de vernissage begint om 17:00 en na de vernissage worden de tafels
in het laboratorium geplaatst. De tafels worden gedekt en diegenen
die zich hebben opgegeven voor Salon # 12 kunnen plaats nemen
aan tafel. Ondergetekende legt in het kort uit aan de nieuwkomers
dat tijdens het diner de expositie van Kenneth Hope zal worden
besproken en dat het een ieder vrij staat te zeggen wat hij wil.
Er bestaat geen goed of fout er wordt niet ge- en veroordeeld.
Het eerste gerecht zijn
de Sint jakobsschelpen gepocheerd in een Noilly Prat roomsaus.
Tijdens dit voorgerecht wordt er een kennismakingsrondje gehouden
waarin een ieder zich voorstelt en vertelt wat hij of zij met
kunst heeft. Als laatste is Kenneth aan de beurt. Kenneth vertelt
liever niets over zijn werk, hij prefereert dat er vragen gesteld
worden.
De eerste vraag die gesteld
wordt, is het waarom KH de kleur groen in zijn foto’s heeft
gebruikt. Daarop reageert Paul dat dit een enorme rotvraag betreft,
Sam reageert hierop met de opmerking: straks wordt er nog aan
mij gevraagd waarom ik met papier werk. OK de toon is gezet! Ondergetekende
legt uit dat het om open vragen gaan en dat er geen absoluut antwoord
wordt verwacht, het gaat er meer om de discussie op gang te brengen.
KH legt uit dat de hij de kleur groen vredig en gewoon een interessante
kleur vindt. KH is zich bewust dat water cultuur, religie, poëzie
vertegenwoordigt en hem fascineert. Al wandelend met de honden
in de omgeving van zijn huis in Frankrijk krijgt KH een flashback
uit zijn jeugd: hoe hij speelde met de steentjes in het water,
hoe hij met zijn vader mee ging vissen en de eerst keer dat hij
de zee zag. En hoewel KH oorspronkelijk een project rondom zijn
jeugd wilde maken, begrijpt hij dat water een metafoor hiervoor
kan zijn en zijn gevoel van toen om kan zetten in beelden van
water.
Op dat moment komt Eric
Beets (kunstenaar) binnen,schudt Sam Middleton de hand, verontschuldigt
zich dat hij niet kon komen op de opening. Kenneth is daarmee
abrupt onderbroken en wil roken.
De rokers vertrekken naar buiten om te roken.
Na de rookpauze is het
hoofdgerecht opgediend: lamsbout op gegrilde aardappeltjes en
ratatouille. De discussie gaat verder: Claudia meent dat de expositie
in vergelijking met die van verleden jaar een vooruitgang laat
zien, een ontwikkeling die nu meer open is. Daarvoor was deze
veel meer naar binnen gericht en zij meent dat er nu een gevoel
van richting aanwezig en zichtbaar is. Hoewel het een discussie
met je eigen twijfels blijft weet je toch zelf welke richting
wordt gekozen. Volgens Claudia is dit een ontwikkeling en zoektocht
van de eigen identiteit. Jan Reus meent dat wat het ´niet
weten´ reeds aanwezig is totdat je het herkent. KH meent
ook dat hij zoekend is en altijd opzoek naar een zeker niveau,
totdat hij dat inderdaad herkent en er mee verder kan.
De kunstenaars aan tafel
zijn het over eens dat het kunstenaarschap hard werken is en dat
het zwaar valt je eigen tijd in te delen. Sam Middleton meent
dat de tijd stopt, alsof er een schijndood intreedt. Claudia meent
dat de tijd een religieus aspect kent dat stamt uit de tijd van
de oude Grieken, Chronos.
Henny van Varik meent
dat de fotograaf slechts een afdruk zou moeten tonen en willen
verkopen. Het is een moment van die tijd en uniek daarin. Daarin
zou de fotokunstenaar zich ook gemakkelijker tot het publiek kunnen
wenden dat uiteindelijk op zoek is naar iets unieks. Het moment
zoals de fotograaf het op dat moment vastlegt. Dus alle software
vernietigen zodat er geen kopieën en afdrukken meer gemaakt
kunnen worden.
Jan Reus meent dat de
tijd betekent dat je bewust bent van de dood. Anderen menen dat
een dead line je bewust maakt van de tijd. Een dood – lijn,
zoals Jan nuchter constateert. Maar wordt de tijd dan excuus?
Hansje
sluit de discussie waardig af met de opmerking: ‘ware kunst
verliest zijn tijd’!
Door
Wilma Wegert