Verslag Salon
no. 2 Foto's
‘ Hoe verhoudt de Transformer zich tot de kunst’
Te midden van de installatie THE TRANSFORMER van Birgitt Busz
in Galerie Wegert & Sadocco is tijdens een paneldiscussie
de volgende probleemstelling aan de orde gesteld:
‘ Hoe verhoudt de Transformer zich tot de kunst ‘
In het panel namen de
volgende beeldende kunstenaars Jan Reus, Eric Beets en Birgitt
Busz zitting.
Om het publiek te informeren
dat nog niet op de hoogte is wat THE TRANSFORMER is, wordt de
openingsvraag aan Birgitt Busz gesteld:’ wat betekent THE
TRANSFORMER voor jou in deze installatie.’
Busz spreekt zich niet
direct uit over de THE TRANSFORMER. Er worden wel voorbeelden
uit de kunst aangehaald, zoals het stuur van Picasso en het urinoir
van Duchamps, om aan te geven hoe een kunstwerk anders wordt gezien,
indien de context verandert. Om het gesprek toch weer op de installatie
te laten terugkomen wordt de vraag gesteld “hoe kwam Busz
aan de naam van de installatie”? Volgens Busz is het idee
van THE TRANSFORMER pas ontstaan na het proces van de installatie
en omdat de deadline naderde, ze genoodzaakt was de installatie
te benoemen. ‘ Je ziet toch pas achteraf wat je gemaakt
hebt, het is associatief en zoekend werk, geput uit de herinneringen
en ervaringen als mens. Dit vertelde echter nog niet wat nu THE
TRANSFORMER voor Busz betekende. De vraag of ze concreet een antwoord
kon geven ontlokte uiteindelijk de tegenvraag door Busz: ´wil
ik daar wel een antwoord op geven. Het is geen 1 en 1 vraag, en
het is de verwachting van het publiek dat meent dat ik hier een
antwoord op heb. Ik denk namelijk dat ik er helemaal niets over
kan zeggen. De beeldtaal spreekt voor zichzelf en zodra er iets
over gezegd zou worden verliest het zijn betekenis´.
In deze stelling konden
de medepanelleden zich volledig vinden. Volgens Eric Beets gaat
het uiteindelijk om de mystiek die de beelden vertellen, je kijkt
naar het geheim, maar je benoemt niet het geheim. Volgens Jan
Reus is dit het dilemma van de tussenruimtes die niet benoemd
kunnen worden, zoals we deze terugzien bij Matisse. De onuitgesproken
tussenvormen kunnen niet benoemd worden. Busz meent zelf dat ze
niet iets kan benoemen wat daarvoor nog niet bestond. Deze stellingen
over THE TRANSFOMER leidde het gesprek verder naar de kunst in
het algemeen. Jan Reus slaat de brug door THE TRANSFORMER als
een beweging te zien, de beweging van het beeld naar de toeschouwer
toe,het beeld dat zich transformeert in de toeschouwer als een
ervaring, voor een ieder anders.
Birgitt Busz laat op deze manier zien dat een installatie een
creatief associatief proces kan zijn, dat achteraf zijn geheim
openbaart. THE TRANSFORMER laat zich inderdaad als zodanig zien
in haar installatie.
Dus ook zonder betekenis
te geven aan THE TRANSFORMER, is het wel mogelijk de werking van
THE TRANSFORMER te ervaren, en op deze manier verhoudt de THE
TRANSFORMER zich tot de kunst en Busz maakt dit gegeven voelbaar
in haar installatie.
Door: Wilma Wegert